|
Gouden Handdruk
Een gouden handdruk is de gangbare term voor een ontslagvergoeding, die door de werkgever wordt uitgekeerd aan een werknemer bij zijn ontslag. De opbouw kan bestaan uit één of enkele bruto-jaarsalarissen (afhankelijk van het aantal dienstjaren), aangevuld met een bedrag dat partijen overeenkomen om imagoschade te compenseren en juridische procedures te voorkomen.
Al met al kan de hoogte van het bedrag van een gouden handdruk behoorlijk oplopen. Enkele gevallen kregen de afgelopen jaren aandacht in de Nederlandse media. In 1996 kreeg procureur-generaal Rutger van Randwijck, die aftrad na de IRT-enquête, een gouden handdruk van een half miljoen gulden en doorbetaling van zijn loon tot zijn pensioen. Twee jaar later werd het ontslag van Arthur Docters van Leeuwen, voorzitter van het college van procureurs-generaal, afgekocht met 2,5 jaarsalarissen. Ook in het bedrijfsleven werden hoge bedragen betaald, onder andere bij Ahold, Getronics en de Nederlandse Spoorwegen.
De ophef over de gouden handdrukken zorgde ervoor dat sommige bestuurders vrijwillig van een ontslagvergoeding afzagen. Dat deden bijvoorbeeld Hilbrand Nawijn, toen hij in 2002 opstapte bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), en Tjibbe Joustra die opstapte als bestuursvoorzitter van de uitkeringsinstantie UWV.
Vertrekpremie
Een vertrekpremie is een financiële vergoeding aan een werknemer bij zijn ontslag. De reden voor zijn ontslag kan bijvoorbeeld liggen bij een reorganisatie of herstructurering, waarbij de werkgever besluit dat de functie van de werknemer komt te vervallen. De arbeidsovereenkomst kan dan in onderling overleg of door tussenkomst van de kantonrechter worden beëindigd. Daarbij is het mogelijk dat de ontslagen werknemer een vertrekpremie ontvangt van de werkgever.
Vertrekpremie in Nederland
Een werkgever kan diverse redenen hebben om aan een werknemer bij ontslag een vertrekpremie uit te keren. Een vertrekpremie kan overeen worden gekomen als onderdeel van een beëindigingsovereenkomst, of de werkgever kan op basis van een sociaal plan verplicht zijn om bij ontslag wegens een reorganisatie een vertrekpremie uit te keren. Voor het bepalen van de hoogte van de vertrekpremie kan aangesloten worden bij de kantonrechtersformule, maar ook kan de hoogte afhankelijk zijn van de inkomensachteruitgang (en eventueel pensioenachteruitgang) na ontslag. Bij het bepalen van de hoogte van de vertrekpremie kan een aantal factoren een rol spelen, zoals:
- Duur van het dienstverband
- Leeftijd van de werknemer
- Het salaris
- Verwijtbaarheid van het ontslag
- Het functioneren van de werknemer
- De reden van beëindiging van het dienstverband
- De mogelijkheid van de werknemer om elders een vergelijkbare positie te verwerven
- Sollicitatie-activiteit / outplacementbegeleiding
- De financiële positie van de werkgever en de werknemer
- De door de werknemer geleden financiële gevolgen, waaronder pensioenschade
- "Nuisance value"; publiciteitsgevoeligheid
De (oud-)werknemer kan de vertrekpremie "gewoon" uit laten betalen (als eenmalige uitkering), maar ook kan gekozen worden voor een wijze van uitbetaling die voor de werknemer gunstiger is (en voor de werkgever niet ongunstiger), namelijk als stamrecht (via een verzekeraar of een eigen stamrecht BV).
|